Naast de goede en soms iets minder goede resultaten is het ons opgevallen dat er altijd veel discussie is over de selecties en opstellingen. Voor individuele sporten willen wij graag onze beste atleten uitzenden naar de grote toernooien als EK’s en WK’s. Dat geldt nog meer voor de Spelen. “Winnen is immers belangrijker dan meedoen”. Meestal zijn er meer kandidaten dan startplekken. De bond/bondscoach moet een keuze maken en dus selecteren. Net als in de financiële wereld bieden “resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst”.

Ruim van tevoren worden dan ook procedures en criteria vastgesteld, zodat iedere sporter zich met zijn/haar coach optimaal kan voorbereiden. Dat lijkt goed geregeld, maar is het niet altijd: naar goed Nederlands gebruik zijn uitzonderingen mogelijk, wat leidt tot bespreekgevallen. En te veel betrokkenen geven vooraf alvast hun mening. Uiteindelijk zijn er 4 mogelijkheden: Wie niet aan de eisen voldoet, gaat niet naar de grote toernooien. Wie wél aan de eisen voldoet, is gekwalificeerd en mag dus deelnemen op grote toernooien. Wie aan de eisen heeft voldaan is weliswaar gekwalificeerd, maar mag niét naar grote toernooien. En niet gekwalificeerde sporters, die wél mogen deelnemen aan de grote toernooien. Met name bij de laatste 2 punten vragen wij ons af of dit fair is.

Voor teamsporten is het niet wezenlijk anders. Wij willen het sterkst mogelijke Team NL. Hier is het aan de bondscoach om een zo sterk mogelijke selectie samen te stellen. Alleen grote sterren maken samen nog geen goed team. Ook daar moeten keuzes worden gemaakt uit de vele beschikbare goede spelers. En dat voor iedere positie op het veld. Onvermijdelijk zullen er spelers buiten de boot vallen en niet tevreden zijn.

Hetzelfde geldt voor clubs in Europese toernooien en in de nationale competitie. Op basis van de ranglijst aan het einde van de landelijke competitie wordt gekwalificeerd voor de Europese toernooien. Hier lijkt het duidelijker. Wel of niet gekwalificeerd is wel of niet aan het Europese toernooi deelnemen. Tenzij niet aan administratieve vereisten is voldaan.

Iedereen vindt hier wel iets van! Zeker bij de sporten die veel televisieaandacht krijgen. Verschillende tv zenders hebben sportprogramma’s waarin de presentator wordt bijgestaan door deskundigen. Dit zijn vaak oud-spelers en -speelsters. En dan nog de schrijvende pers van de landelijke dagbladen en podcastmakers. Leuk om te horen of lezen dat zij elkaar tegenspreken en toch allemaal gelijk hebben. Zij (denken te) weten wie door de coach (moeten) worden opgesteld. In de pauze en in de nabeschouwing kan worden uitgelegd wat er goed en vooral wat er fout ging. En wiens fout het dan was.

De bonds- en clubcoach kunnen het dus nooit goed doen, tenzij goud wordt gewonnen, dan doen “wij” het goed. Fijn dat zo veel deskundigen het zo goed weten maar wat jammer dat zij zelf, op een enkele uitzondering na, geen trainer/coach zijn.