NOC*NSF heeft al even geleden de sportagenda voor 2032 geformuleerd en die luidt als volgt:
Nederland het sportiefste land ter wereld
“In 2032 heeft iedereen, in alle levensfasen en op alle ambitieniveaus, dagelijks sportplezier. Bovenal door zelf en samen te sporten, te excelleren in sport of sportief te bewegen, maar ook als vrijwilliger, professional en supporter in een sociaal veilige, gezonde en duurzame omgeving. Verrijkt door waardevolle topsport.”
Wij vinden dat een mooie, maar wel zéér ambitieuze doelstelling.
Onze observaties:
- Wij concluderen dat op deze manier geformuleerd, topsport geen hoofddoelstelling (meer) is van het NOC*NSF, maar ondersteunend is geworden aan het mensen in beweging brengen. Is dat daadwerkelijk de bedoeling of is het een krampachtige poging om twee doelstellingen die in de strijd om de beperkt beschikbare middelen snel met elkaar in conflict komen, toch te verenigen?
- Wij zijn bij het bestuderen van de sportagenda 2032 van de uitwerking van wat waardevolle topsport is, niet veel verder gekomen dan de maatschappelijke en verbindende waarden van topsport en niet wat, volgens NOC*NSF, de intrinsieke waarde is van het bedrijven van topsport is en of dat de moeite van het nastreven waard is voor de sportende mens.
- Hoe meet je of je het sportiefste land ter wereld bent? Dit lijkt ook uiteindelijk niet de doelstelling, maar meer een ambitie (maar blijft hoe dan ook niet meetbaar). Er zijn gelukkig een groot aantal concrete doelstellingen geformuleerd. Laten we in ieder geval de doelstelling “iedereen in beweging” niet afmeten aan onze plaats op de medaillespiegel van de Olympische Spelen.
- Risk en Sport zou Risk en Sport niet zijn als we niet snel op zoek gingen in dit document naar een risico-analyse. Het is toch een document van 28 pagina’s. Er worden wel zaken als onveiligheid, vrijwilligers, financiering genoemd, maar niet als expliciete risico’s. Wij vragen ons dus af of er een gedegen risico-analyse is gemaakt.
We zijn hoe dan ook blij dat er een sportagenda ligt, waarin het NOC*NSF de hand reikt naar andere bij de sport betrokken organisaties. Dat is ook nodig. Het NOC*NSF vertegenwoordigt niet de hele sportbranche, misschien wel verre van dat, en moet ook al alle zeilen bijzetten om de eigen kikkers in de kruiwagen te houden. Maar verbinding en samenwerking, bijvoorbeeld met de Nederlandse Sportraad, die bezig is met een onderzoek naar professionalisering van de sportbranche, is nodig om een vuist te maken bij de politiek, die toch erg belangrijk is voor de realisatie van een en ander.